Ventileren, maar dan wél goed en weg met de ‘open keuken’

Natuurlijke ventilatie
We kennen het liedje wel; “Hoor de wind waait door de bomen, hier in huis zelfs waait de wind.” Natuurlijke ventilatie ten voeten uit. Maar weinig comfortabel. Om de kamertemperatuur op niveau te houden werd de kolenkachel extra opgepookt en wat jaren later werd de thermostaat wat hoger gezet. Tijdens de eerste oliecrisis bleek hoe kostbaar deze manier van ventileren en stoken was. Dus ging Nederland op kierenjacht. Zonder die ventilatiekieren was weliswaar de tocht en het warmteverlies minder maar vocht werd onvoldoende afgevoerd en hoopte zich in huis op. Dat leidde tot schimmel vorming en uiteindelijk een ongezond binnenklimaat.

Mechanische ventilatiesystemen
Van lieverlede werden de isolatie-eisen verder aangescherpt en kwamen er, noodgedwongen, nieuwe, mechanische, ventilatiesystemen op de markt.

Bij mechanische aanvoer van verse buitenlucht (systeem B) in een of twee vertrekken wordt de binnenlucht in de overige vertrekken door de overdruk die wordt gecreëerd via kieren en luchtlekken naar buiten gedrongen.

Bij de mechanische afvoer van de gebruikte binnenlucht (systeem C) wordt de lucht via een of enkele ruimten (badkamer/keuken) afgezogen, waarna de lucht uit de overige vertrekken via de overdruk via diezelfde ruimten wordt weggetrokken en afgevoerd.

Onderzoek Monicair
Uitgebreid praktijkonderzoek van Monicair heeft aangetoond dat ook bij de mechanische ventilatiesystemen B en C een gezonde binnenlucht onvoldoende is te realiseren laat staan te garanderen. (Monicair; een consortium van Leveranciers Ventilatiesystemen, TNO, TU/D, div. adviesbureaus)

Bovendien voeren deze mechanische ventilatie installaties mét de gebruikte binnenlucht ook de warmte af, met extra energiegebruik als gevolg.

Om aan eisen van zowel energieprestatie als luchtkwaliteit te kunnen voldoen moet een moderne ventilatie installatie minimaal beschikken over een warmte-terug-win systeem. (WTW-systeem) Het eerder genoemde onderzoek heeft verder aangetoond dat een goede binnenlucht kwaliteit (800 tot maximaal 1000 ppm CO2) in de verschillende vertrekken alleen mogelijk is wanneer in ieder vertrek zowel tenminste een aanvoer- als een afvoerpunt aanwezig is. (systeem D+)

Sensor gestuurde ventilatie
En dan nog is de kwaliteit van de binnenlucht alleen te garanderen als niet alleen op de CO2 concentratie wordt gestuurd. Een gezonde binnenlucht is alleen te garanderen wanneer deze in ieder vertrek, via metingen met sensoren, zowel CO2 -concentratie, als de relatieve vochtigheid als de temperatuur wordt gestuurd.

Met deze “noodzaak gestuurde ventilatie” hoeft niet, zoals het nu geregeld is, 24/7 alle lucht in het gehele huis permanent te worden vervangen. Alleen in die vertrekken waar een, of een combinatie van de 3 aspecten boven de grenswaarde komt, wordt de lucht zolang ververst, totdat een luchtkwaliteit ver onder de grenswaarden is bereikt. Door te ventileren tot ver onder de grenswaarden wordt voorkomen dat het ventilatiesysteem te frequent aan- en uitschakelt. Op deze wijze ventileren, ventileren waar dat nodig is en zolang dat nodig is, bespaart zowel op de capaciteit, als op de productie uren van de installatie, als op het energiegebruik.

Mechanische filters
Om te voorkomen dat meegevoerde deeltjes uit de “verse buitenlucht” de leidingen van het ventilatiesysteem vervuilen zijn zogenoemde balansventilatiesystemen (systeem D+) standaard uitgevoerd met ten minste grofmazige filters. Om de aanvoer van “schone” verse buitenlucht te garanderen is een combinatie van grofmazige met fijnmazige filters wenselijk. Het gebruik van dergelijke mechanische filtersystemen hebben als nadeel dat zij een drukval veroorzaken waardoor de ventilatoren extra energie gaan gebruiken.

Alternatieve filtersystemen
Er zijn ook alternatieve filtersystemen op de markt die zijn gebaseerd op elektrostatische principes. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen passieve elektrostatisch geladen filters en actieve elektrostatische filtratie.

Bij passieve systemen krijgt het filtratiemateriaal bij de productie een elektrostatische lading mee. Het verschil in lading tussen filtermateriaal en verontreinigingen zorgt voor een beter afvang van kleinere partikels, zonder de daarbij behorende hoge drukval, zoals bij fijnmazige mechanische filters het geval is. Na verloop van tijd loopt de werking en effectiviteit van deze systemen echter aanzienlijk terug en is vervanging van de filters noodzakelijk.

Bij actieve elektrostatische filtratiesystemen ontbreken de mechanische grof- en fijnmazige filters en wordt rechtstreeks aan de vervuilende stoffen in de aangevoerde ‘verse’ buitenlucht een elektrostatische lading gegeven. Deze stand-alone systemen bestaan al lange tijd maar zijn pas recentelijk te koppelen aan balansventilatiesystemen.

Verschil in prestaties
Zijn met mechanische filters verontreinigingen tot ongeveer 7 micron af te vangen, met elektrostatische filtersystemen zijn nagenoeg alle deeltjes van 0,1 micron en ook veel vervuilende deeltjes vanaf 0,01 micron uit de lucht te verwijderen. Dat betekent dat huisstofmijt, bacteriën, aerosolen, pollen en vliegas geen kans meer krijgen en ook virussen en minieme in de lucht zwevende oliepartikels en vooral fijnstof uit de aangevoerde lucht worden weggezuiverd.

Koken en Fijnstof
Uit onderzoek van TNO en de TU/D, dat nog steeds loopt, is gebleken dat bij koken en vooral bij braden en bakken (vlees, vis, aardappelen, ei etc.) veel fijnstof in de woning terecht komt. De hoeveelheid is zo groot dat de advieswaarde van de WHO voor de maximale concentratie fijnstof met een factor van meer dan 60 wordt overschreden.  Erger is dat deze fijnstof, als minieme partikels uit het bakvet, nog uren in de lucht in de woning blijft hangen. Met het ventilatiesysteem op de hoogste stand duurt het dan nog ruim 3 uur, voordat meer dan 95% van die fijnstof uit de woonkamer is verdwenen.

De recirculatieafzuigkap
Vaak wordt de recirculatiekap gekozen omdat daarmee “de warmte niet verloren gaat”.

Bij veel mensen is onbekend dat een recirculatieafzuigkap wel de geur maar niet de verbrandingsgassen afvangt. Bij koken op aardgas heeft dit extra negatieve effecten omdat ook de stikstofdioxide (NO2) weer de woning wordt ingeblazen. Ook bij elektrisch koken biedt de recirculatiekap geen soelaas; de filters van dat soort afzuigkappen vangen beperkt fijnstof af en blazen vocht en fijnstofdeeltjes weer de ruimte in.

In principe presteert een afzuigkap, van voldoende afmetingen (groter dan de kookplaat)  en met voldoende vermogen (minimaal 300 m3/uur tot 600 m3/uur), alleen goed als de afgezogen lucht met hoge snelheid, rechtstreeks, via een leiding (Ø 150 mm) liefst zonder bochten, naar buiten wordt afgevoerd. Er komt dan vrijwel geen fijnstof in de ruimte en de afzuigkap hoeft dan alleen tijdens het koken en bakken aan te staan.

Niets nieuws onder de zon
De Building Science Corporation vergeleek al in 2013 verschillende uitvoeringen van gebalanceerde ventilatiesystemen met elkaar. In het rapport wordt het afvoeren van kook- en baklucht uit de keuken via het ventilatiesysteem absoluut afgeraden. Gesteld wordt dat voor een goed werkend, energie efficiënt, gebalanceerd ventilatiesysteem, extra en aparte afzuigsystemen in keuken en badkamer noodzakelijk zijn. De gebruikte vervuilde lucht uit die ruimten (fijnstof en vochtlast) voeren die systemen rechtstreeks naar buiten af. Deze keuze is gebaseerd op het bereiken van gezonde binnenlucht en vanwege de eisen die de ventilator stelt en om vervuiling van de warmtewisselaar en de leidingen te voorkomen. Voor de badkamer gelden soortgelijke overwegingen maar dan gebaseerd op de vochtlast en condensatieproblemen.

3

Risico’s fijnstof
Fijnstof heeft forse gezondheidsrisico’s. Gebleken is dat er, zeker op langere termijn, een rechtstreeks verband bestaat tussen fijnstof (PM) en het sterfterisico onder andere door hart- en vaatziekten. Ultrafijn stof (PNC) dat ook bij bakken en koken vrijkomt gaat via de longen naar de bloedbaan en kan daar voor ontstekingsreacties en bloedstolsels zorgen. Onlangs is gestart met een onderzoek naar de gezondheidseffecten van ultrafijnstof bij kinderen nabij Schiphol.

Zie animatiefilmpje op: https://nos.nl/artikel/2207573-kinderen-bij-schiphol-onderzocht-op-gezondheidseffecten-ultra-fijnstof.html

Conclusies

  1. Een goede luchtkwaliteit in verblijfsruimtes is niet gegarandeerd zelfs niet als wordt voldaan aan de huidige wet- en regelgeving.
  2. De wet- en regelgeving inzake ventilatie systemen moet op korte termijn worden aangepast en aangescherpt zodat zowel bij nieuwbouw als renovatie verplicht wordt gesteld:
  • een balansventilatiesysteem met WTW
  • per vertrek aanvoer van verse lucht en afvoer van gebruikte lucht
  • per vertrek via sensoren CO2, relatieve vochtigheid als temperatuur sturen
  • een ‘passief elektrostatisch filter’ onderdeel vormt van het ventilatiesysteem
  • in keuken de lucht van afzuigkap rechtstreeks naar buiten wordt afgevoerd
  • in badkamer de vochtige lucht rechtstreeks naar buiten wordt afgevoerd
  1. Het onderzoek van Monicair-consortium geeft aan dat een gezond binnenklimaat alleen is te garanderen wanneer een balansventilatiesysteem met WTW is geïnstalleerd en ieder vertrek beschikt over zowel aanvoer van verse lucht als afvoer van gebruikte lucht.
  2. Met “noodzaak gestuurde ventilatie”, door via metingen met sensoren, zowel CO2 -concentratie, als de relatieve vochtigheid als de temperatuur computer geregeld automatisch bij te sturen, hoeft alleen in die vertrekken waar de grenswaarden worden overschreden de lucht te worden ververst.
  3. Het aanbrengen van een additioneel ‘passief elektrostatisch filtersysteem’ is, zeker in gebieden met hoge concentraties fijnstof voor een gezonde binnenlucht noodzakelijk.
  4. Om vervuiling te voorkomen en ter bescherming van de warmtewisselaar dient zowel de aangevoerde als de afgevoerde lucht gefilterd te worden.
  5. In keuken en badkamer is een separate afzuiging en directe afvoer naar buiten noodzakelijk.
  6. De verkoop en het gebruik van de recirculatieafzuigkap moeten met het oog op de binnenlucht kwaliteit op korte termijn worden gestaakt respectievelijk uitgefaseerd.
  7. Bij nieuwbouw mag een ‘open keuken’ slechts worden gerealiseerd wanneer het ventilatiesysteem voldoet aan de hoogste eisen en de lucht van de afzuigkap rechtstreeks naar buiten wordt afgevoerd.

 

Advertenties

De PV panelen gekte

De PV panelen gekte.

Hoe we het ook wenden of keren, we moeten zo snel mogelijk van de fossiele brandstoffen af. Is het niet vanwege de klimaatverandering en de gevolgen daarvan op het milieu, dan toch zeker omdat de leveringszekerheid en de betaalbaarheid niet meer zijn te garanderen en onder druk staan. Kortom Nederland moet in 2050 fossielvrij zijn.

Veel Nederlanders zijn bereid, uit overtuiging, hier hun steentje aan bij te dragen. Maar anderen zijn vooral koortsachtig op zoek naar een beter rendement voor hun spaargeld. Aangespoord door milieubeweging, vereniging eigen huis en consumentenbond laten zij zich overhalen, verleid met rekensommetjes en berekeningen over rendementen, een setje PV panelen aan te schaffen. Ook de salderingsregeling van de overheid draagt bij aan de PV panelen gekte. Leveranciers en installateurs varen er wel bij en klagen niet.

Afbeeldingsresultaat voor pv PANELEN 

Het gemiddelde energiegebruik
In de gemiddelde Nederlandse woning wordt ongeveer 3500 kWh elektriciteit gebruikt. En ook nog eens ongeveer 1800 m3 aardgas. De energie-inhoud van een m3 aardgas komt overeen met zo’n 10 kWh dus staat die 1800 m3 aardgas voor 18.000 kWh. Een simpel rekensommetje maakt duidelijk dat elektriciteit verantwoordelijk is voor ongeveer 16% van de energie vraag terwijl de verwarming 84% voor zijn rekening neemt.

Bekend is ook dat ongeveer 30% van de moeizaam met fossiele brandstof opgewekte warmte (gedurende het stookseizoen) via het dak verloren gaat en verdwijnt. Dat komt dus neer op 6.000 kWh warmteverlies ofwel 28% van de energievraag.

Met de Nederlandse wijsheid “Voorkomen is beter dan genezen” in gedachte kan ik niet anders dan concluderen dat die run op PV panelen voor velen verkeerd zal uitpakken.

De levensduur van constructies en systemen
Wat is het geval. Gemiddeld gaan PV panelen ongeveer 30 jaar mee. De levensduur van dakpannen is beperkt; voor betonnen pannen is die ongeveer 30 jaar en voor keramische pannen ca. 50 jaar. Van veel daken moeten dus de dakpannen de komende jaren worden vervangen. Dan is dat niet handig als er een PV systeem is geïnstalleerd.  Dat betekent extra demontage en montagekosten, met risico’s op schade en extra uitval.

De levensduur van bitumendakbedekking op platte daken is beperkt tot ca 15 jaar.

In één keer goed
Hoeveel efficiënter kan het zijn en worden uitgevoerd.

De oude en verweerde dakpannen gaan van het dak af. Er komt een dik isolatiepakket over het dakbeschot. Bij voorkeur natuurlijk een groot  prefab isolerend dak-element waarmee in een keer het gehele dakvlak wordt bedekt. Op dat isolatiepakket (met een isolatiewaarde van 8-10) worden dan via een in-dak montage systeem PV panelen aangebracht. Deze oplossing betekent een voldak PV systeem waarbij alleen nog aan de randen of helemaal geen dakpannen meer nodig zijn. Scheelt alleen al aan dakpannen leggen zo’n €50 per m2. Zowel voor isolerende dak-elementen, waterdichte in-dak systemen als de PV panelen zelf is er een keur aan keuzemogelijkheden.

Voor een plat dak geldt zelfs dat gedurende de levensduur van 30 jaar voor het PV systeem de dakbedekking tot wel 2 keer of meer vervangen moet worden. Met steeds die bijkomende demontage en montagewerkzaamheden.

Gerelateerde afbeelding

Het is verstandig om ook hier weer eerst het platte dak goed te isoleren. Om te voorkomen dat het isolatiepakket boven de opstaande muur uitsteekt en dat de muur zou moeten worden verhoogd, verdient de dunst mogelijke isolatie de voorkeur. Denk daarom aan de voordelen van een zeer dunne maar perfect isolerende aerogel deken. Werk het dak verder waterdicht af door het gebruik van EPDM rubber met een levensduur tot meer dan 50 jaar. Dan is het dak echt geschikt voor een PV installatie, waarbij bij plaatsing onder 15°, ook oost/west gericht, veel meer panelen mogelijk zijn.

Bescherming en regels; met het oog op de toekomst
De overheid zou er goed aan doen strikte voorwaarden te stellen aan de kwaliteit en effectiviteit van de isolatie van daken waarop met SDE+ subsidies PV panelen worden geplaatst. De isolatiewaarde van de dakconstructie zou minimaal een Rc van 10 moeten hebben. Dan wordt zowel het warmteverlies en daarmee de vraag naar energie voor verwarming teruggedrongen als de decentrale energieopwekking voor lange tijd goed  geregeld.

Maak werk van het ontzorgen
Ook de eerder genoemde organisaties die zich nu bezighouden met het aanbieden van de collectieve inkoop en doorverkoop van PV systemen tegen de laagst mogelijke prijs zouden er goed aan doen hun afnemers een totaal oplossing aan te bieden.

Bied de combinatie van een perfect geïsoleerd dak en een optimaal, dakvullend, PV systeem aan.

Vanzelfsprekend kan dat  in sommige gevallen betekenen PV in combinatie met de opwekking van warmwater (PVT) Maar echt af is het aanbod pas wanneer tevens een systeem voor de opslag van elektriciteit onderdeel uitmaakt van het aanbod. En dan niet een Lithium-Ion batterij met zijn risico’s en beperkingen. Een stationair opslagsysteem stelt andere eisen dan een mobiel/ verplaatsbaar opslagsysteem. Voor in huis ligt een  stationair systeem zoals een flow-battery meer voor de hand.

Is rioolheffing voor huurders onder het mom van “de vervuiler betaalt” gerechtvaardigd als je kijkt naar de REBen ODE staffels???

De VVD-er Veldman wil dat “de vervuiler betaalt”. Daarom moeten huurders van hem apart afval- en rioolheffing gaan betalen. Die kosten zijn door de verhuurders weliswaar al in de huur verrekend, maar toch…..die lastenverzwaring kan er nog wel bij. (Brabants Dagblad 20 juni 2016)

Ik vind ook dat de vervuiler moet betalen, dus ik kijk reikhalzend uit naar het initiatiefvoorstel van deze VVD-er om de Regulerende Energiebelasting voor iedere gebruiker gelijk te trekken. Want nu worden de  grootste vervuilers door de staffelkortingen van de REB en ODE rijkelijk beloond! Continue reading “Is rioolheffing voor huurders onder het mom van “de vervuiler betaalt” gerechtvaardigd als je kijkt naar de REBen ODE staffels???”

Afscheidssymposium

Bij mijn afscheid van de provincie Noord-Brabant kreeg ik een afscheidssymposium aangeboden. Tijdens dat symposium heb ik nog eens aangegeven wat er moet gebeuren om de bestaande woningvoorraad energie neutraal te maken en waarom dit met het huidige beleid een onmogelijke opgave is. Hieronder mijn presentatie op dit symposium.