Moeten onze huizen van het aardgas af? Of leggen we het accent op het beperken van de uitstoot van CO2 ?

Door de oplopende concentratie van CO2 in de lucht is er sprake van een gestage opwarming van de aarde. De toenemende opwarming heeft flinke consequenties voor de leefbaarheid op aarde. Grote gebieden kunnen door te hoge temperaturen, te weinig neerslag, hevige stormen of frequente overstromingen onleefbaar worden. De habitat van dieren en planten zal veranderen en door hun wederzijdse afhankelijkheid zal de biodiversiteit wereldwijd verschralen.
Ook het leven van miljoenen mensen zal door een afnemend leefgebied onomkeerbaar veranderen. Zowel op regionale als mondiale schaal ontstaan enorme humanitaire problemen op het gebied voeding, water, gezondheid en bestaansmogelijkheden. Verwacht wordt dat grote stromen van miljoenen klimaatvluchtelingen op gang komen. Mensen trekken, als milieuvluchteling en onschuldig aan de oorzaken van alle ellende, massaal weg uit de gebieden die langzaam maar zeker onleefbaar worden.

Om deze gevolgen van de toenemende CO2 in de atmosfeer tegen te gaan is er in Parijs door de regeringsleiders van vrijwel alle landen afgesproken de oorzaak van deze ontwikkeling weg te nemen. Een zeer belangrijke oorzaak en bron voor de toename van CO2 is het gebruik van fossiele brandstoffen. Een logische consequentie is dat het gebruik van fossiele brandstoffen flink moet worden teruggeschroefd.
Lange tijd is de relatie tussen de opwarming van de aarde/ toenemende concentratie van CO2 in de atmosfeer en het gebruik van fossiele brandstoffen genegeerd/ontkent/ gebagatelliseerd. De hele wereld gebruikt voor verwarmen, koelen, transport en producten en productieprocessen fossiele brandstof. Deze was relatief eenvoudig te winnen, in verschillende vormen beschikbaar en op diverse manieren toepasbaar.
In het recente verleden is duidelijk geworden dat de voorraden van al die verschillende fossiele brandstoffen weldegelijk eindig zijn en dat daardoor de beschikbaarheid en betaalbaarheid echt niet altijd meer gegarandeerd zouden kunnen worden. En omdat niet overal ter wereld voorraden van fossiele brandstoffen beschikbaar waren, werd er hevig gehandeld in deze producten. De beïnvloeding van levering, beschikbaarheid en prijs werden ingezet als wapen/drukmiddel bij geopolitieke conflicten of het najagen van kapitalistische groei ambities.
Zo werd Nederland door de oliecrisis in de jaren 80 gedwongen maatregelen te treffen om het gebruik van olie en ook andere energie, zoals aardgas, direct terug te dringen. Er werd opgeroepen om het gebruik van olie en gas voor het verwarmen van woningen en gebouwen te verminderen. De kierenjacht vormde in die jaren de basis voor de isolatie maatregelen. Als gevolg van die kierenjacht ontstonden er in de woningen problemen met vocht en schimmel en nam de kwaliteit van de lucht binnen door onvoldoende aanvoer van frisse lucht af.

Hierdoor, een gevolg van het gebrek aan voldoende maar gereguleerde ventilatie, kreeg isoleren ook een negatieve klank. Mede daardoor heeft het nog vele jaren geduurd voordat het vergaand beperken van het gebruik van fossiele brandstoffen, eenvoudig door beter isoleren van nieuwbouw woningen, in de bouwregelgeving werd opgenomen.

In de jaren 70 was er, buiten de wetenschappelijke wereld, weinig bekend over de relatie tussen het gebruik van fossiele brandstoffen en de CO2 uitstoot. Dat verklaart dat in de bouwwereld en de bouwregelgeving van de overheid, de relatie tussen de vraag naar fossiele brandstoffen voor bijvoorbeeld verwarming en gevolgen voor het klimaat nog helemaal niet werd gelegd.

Het duurde tot 1992 toen in het Bouwbesluit, overigens gebaseerd op NEN 1068 uit 1981 (!),voor het eerst rekening werd gehouden met het beperken van warmteverliezen. Toen werd de eis voor de warmteweerstand, de Rc-eis, voor bouwdelen gebracht op 2,5 W/m2·K. In december 1995 kwam de Energie Prestatie Coëfficiënt in het Bouwbesluit en moesten nieuwbouw woningen voldoen aan de EPC-eis van 1,4. Die eis werd in 20 jaar, stapsgewijs verlaagd; in 1997 (1,2), 2000 (1,0), 2006 (0,8), 2011 (0,6) en 2015 (0,4)
Bij het vaststellen van de EPC werd in de rekenmethode aan goede isolatie minder ‘rekenwaarde’ toegekend dan aan het installeren van allerlei technische installaties. “Hoe meer installaties, des te beter” leek het devies. Er werd geen rekening gehouden met het jaarlijkse verbruik, het onderhoud en zeker niet met de kosten van de op termijn noodzakelijke vervanging van installaties. Het gebrek aan goede en voldoende isolatiemaatregelen in ontwerpen en bestekken, kon met het installeren van enkele PV panelen simpel rekenkundig worden gecompenseerd. Met als gevolg slecht geïsoleerde huizen vol dure en energievretende installaties en een niet echt gezond binnenklimaat.

Bron: Stichting PassiefBouwen

De EPC eis, bedoeld als ondergrens, werd door veel opdrachtgevers, bouwers en ook overheden direct als maximale verplichting gezien. Door “onvolkomenheden in de ontwerpen” en door “slordigheden en fouten tijdens de bouw”, bleken en blijken woningen en andere gebouwen na oplevering nog steeds vaak meer energie te verbruiken dan “op papier” was berekend en waarvoor de vergunning werd verleend.

Pas na 10 jaar wordt in 2012 dan eindelijk de Rc-eis voor bouwdelen verhoogd van 2,5 naar 3,5 W/m2·K. En in 2015 volgt de invoering van de gedifferentieerde thermische isolatie-eis met een Rc voor de vloer van 3,5 W/m2·K, voor de wanden een Rc van 4,5 W/m2·K en voor het dak een Rc van 6,0 W/m2·K.
Ondanks de toegenomen kennis en inzichten, de ontwikkeling van allerlei nieuwe producten en materialen, veranderingen in ontwerpen en processen blijft in de nieuwbouw het verbruik van energie voor verwarmen en koelen relatief hoog. En dat duurt nog even. Want de eisen voor een “Bijna Energie Neutraal Gebouw” worden pas per januari 2021 van kracht en vanaf dat moment moeten alle nieuwbouw- woningen voldoen aan die BENG eisen. Maar helaas is in het verleden gebleken dat nieuwe, verdergaande eisen geen garantie vormen voor een dalend energieverbruik. Ook een strikte toepassing van de BENG eisen zal niet automatisch leiden tot een woningbouw waarin het energieverbruik voor verwarmen en koelen nadert naar nul.

In het verleden is de bouwsector er, in samenwerking met de installatiebranche, steeds in geslaagd om de invoering van strengere eisen die zouden moeten leiden tot een lager energieverbruik in woningen te traineren. En zolang het winnen van aardgas zonder problemen verliep en het een aardige bron van inkomsten vormde voor de staat, vond men in Den Haag een willig oor voor die “overwegingen” en werd gewoon toegegeven.

En nu moeten beleggers, corporaties en woningeigenaren alsnog flink aan de bak om de schadelijke milieuhygiënische en financiële gevolgen van deze schijnwinst te herstellen, door het energieverbruik voor verwarmen en koelen toch nog te verminderen.
Dit is zo wrang, zeker als je bedenkt dat er m.n. in Duitsland al eind jaren 90 zogenoemde Passiefhuizen verschenen. Hierbij ligt het accent op het vergaand beperken van de warmtevraag door de warmteweerstand van de onderdelen van de schil te stellen op Rc ≥ 6,5 tot Rc = 10 voor het dak. Nota Bene: dat was al in de jaren ’90!!
Door deze optimale isolatie is het energieverbruik in passiefhuizen voor verwarming 10 x lager dan in de bestaande woningvoorraad en 4 tot 5 x lager dan onze huidige nieuwbouw woningen. Het totale energieverbruik voor verwarmen en koelen is voor een Passiefhuis maximaal 15 kWh/m2 ofwel 1,5 m3 aardgas per m2 vloeroppervlak. Een haarföhn is dan voldoende om een passiefhuis van 100m2 vloeroppervlakte te verwarmen. De totale primaire energiebehoefte voor alle apparaten in een passiefhuis is, van keukengerei, ventilatie, verlichting inclusief warmwater, koelen en verwarmen, samen 120 kWh/m2.
Met de bestaande materialen en bouwsystemen is dit concept ook geschikt en haalbaar voor de aanpak van de bestaande woningvoorraad. Het leidt tot vermindering van de vraag naar energie voor verwarmen en koelen met maar liefst 90%.

En natuurlijk, bij het bouwen volgens de passiefhuis eisen wordt in ieder geval probleemloos voldaan aan de verplichte BENG eisen voor nieuwbouw die vanaf januari 2021 van kracht zijn.
Het vooraf bedenken wat er gedaan moet worden om verbruik blijvend te minimaliseren, onder het motto “voorkomen is beter dan genezen”, geheel in de lijn van de Trias Energetica, is natuurlijk ook bij renovaties van de bestaande woningvoorraad mogelijk. Bestaande woningen renoveren tot een ‘passiefhuis standaard’ kan (en zal vermoedelijk ook) een hogere investering vergen dan de traditionele renovatie.

Maar het betrekken van de “total costs of ownership” in de afwegingen, het meerekenen van ‘waardecreatie’ door een hogere woningwaarde, de opbrengsten van het verlengen van de levensduur, het beperken van het gebruik van energie en water verandert “het financiële plaatje”. En bereken vooral ook de effecten van het ombouwen van bestaande woningen tot woningen met een echt gezond binnenklimaat. Betrek in die berekeningen niet alleen de afgeleide voordelen en besparingen op het gebied van milieu, klimaat, (mitigatie én adaptatie) en het behoud van sociale cohesie maar vooral ook de kosten van gezondheidszorg, zorg en welzijn.

De uitkomsten van dergelijke rekensommetjes over Maatschappelijke Kosten Baten analyses met een lange looptijd zouden voor de (rijks-) overheid een goede reden kunnen vormen om het renoveren en isoleren tot ‘passiefhuisniveau’ verplicht te stellen. Tegelijkertijd zou de overheid de betaalbaarheid van die isolerende werkzaamheden voor marktpartijen en eigenaar/bewoners, bij voorkeur via fiscale maatregelen en door aantrekkelijke vormen van “gebouwgebonden voorfinanciering”, moeten garanderen.
Uitgangspunt in de discussies moet niet langer zijn: “We moeten van het gas af, dus hoe gaan we nu verwarmen en koelen”? Centraal moet staan de vraag: “Welke maatregelen moeten we treffen om het gebruik van energie voor verwarmen en koelen fundamenteel en structureel te minimaliseren en tegelijkertijd in alle uitmuntend geïsoleerde woningen een gezond binnenklimaat te garanderen”?
Als die maatregelen (bij iedereen) bekend zijn, weten we ook welke wet- en regelgeving er moet komen, zodat / waardoor de implementatie van die maatregelen, op zowel technisch, financieel als maatschappelijk vlak, als zeer wenselijk en vanzelfsprekend wordt beschouwd.

Als de bestaande woningvoorraad de komende 30 jaar planmatig buurt voor buurt en wijk voor wijk langzaam maar zeker wordt en is omgetoverd tot comfortabele en zeer energiezuinige of zelfs energieleverende woningen heeft niemand er problemen mee dat de gasaansluiting verdwijnt. Dat gas is immers nergens meer voor nodig. Het verbruik is geminimaliseerd, het duurzaam opwekken van energie gebeurt per woning en per buurt.

De collectieve opslag van dagelijkse en seizoensoverschotten hebben de bewoners van buurten en wijken als vereniging van eigenaren onder voor hen aantrekkelijke en rechtvaardige condities in opdracht gegeven aan gespecialiseerde leveranciers en beheerders.

Niet de belangen van de leveranciers van machientjes en installaties of van de eigenaar/beheerders van netwerken moeten leidend zijn, maar de belangen van de bewoners van Nederland!!!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s